donderdag 30 april 2015

sigarettenmeisjes

Het kan zijn dat ik wat stiller ben de komende dagen. De gezondheid van mijn lief baart zorgen. Gisteren liep ik tegen mijn fysieke grens als hulpverlener aan. Mogelijk even een paar treden terug op de Mazlov-ladder, totdat er weer een stabiele situatie is, als die er komt. Ik heb nog vertrouwen, maar het kost enige moeite. De extra-lange bevrijdingsuitzending met alfabetische playlist is inderdaad af, zoals ik verwachtte. Dit is in feite een prachtige splognerizer geworden. Eigenlijk is het zonde om er door heen te gaan lullen straks...

geen brugje.


dinsdag 28 april 2015

vrouw in stoel

Soms snap ik bij god niet hoe ik een dag geleden het leven nog zó serieus kon nemen. Voor vandaag had ik een verhandeling gepland over hoe ik als kind de lessen van de natuurkundeleraar in overeenstemming probeerde te brengen met wat ik van de pastoor had geleerd, mijn eigen ervaring met cognitieve dissonantie, om het zo maar eens uit te drukken, om mij vervolgens een weg te banen richting artificiële intelligentie en hoe de creatie daarvan misschien wel de zin van ons bestaan zou kunnen zijn en wat daar vervolgens weer de haken, ogen en addertjes onder het gras aan zijn, maar dan moet ik eigenlijk eerst dat verhaal van Isaac Asimov lezen en dat komt er even niet van en daarom heb ik er voorlopig geen zin meer in. Ik zou zeggen: vergeet alles wat ik gisteren te berde bracht. Het zal me worst weten hoe de wereld in elkaar steekt en hoe het toch in vredesnaam verder moet. Let us have women in chairs!

maandag 27 april 2015

stoeltje rijden

Voor degenen die gisteren dachten dat ik ten prooi was gevallen aan cynisme (daar was ik naderhand bang voor geworden, toch weer die angst over wat anderen wel niet van me zullen denken). Ik bedoel eigenlijk dat ik bang ben, bang dat die meneer gelijk zal krijgen. Voorlopig zal het niet zo'n vaart lopen. We zullen volgende week niet onder de voet gelopen worden door vluchtelingen, waartegen de primitieve helft van de Nederlandse bevolking dan tegen in het geweer zal komen, zodat er een burgeroorlog ontstaat en onze straaljagers zullen nog geen bootjes vol met mensen lek gaan schieten, maar het was mijn depressieve kant die sprak, mijn neiging om serieus rekening te houden met negatieve scenario's. Ik heb het weleens gehad over de evolutionaire kant van mijn aandoening: wat voor voordeel kunnen die eigenschappen, die bij mij uit de hand lopen hebben gehad voor de ontwikkeling van de mensheid? Volgens Michio Kaku is het een neveneffect, of misschien zelfs een voorwaarde voor de ontwikkeling van bewustzijn: de tijdsbeseftheorie. Wat ons mensen van de meeste dieren onderscheid is een hoog ontwikkeld vermogen om toekomstsimulaties in onze geest uit te kunnen voeren, m.a.w. wij kunnen fantaseren over de toekomst en inschattingen maken hoe bepaalde keuzes zullen uitpakken en hoe bepaalde gebeurtenissen in de omgeving zich zullen ontwikkelen en wat de beste overlevingsstrategie is. Hierbij is het van belang dat we niet alleen kunnen fantaseren over een betere wereld, maar ook dat we worst-case scenario's kunnen bedenken. Als het werkelijk waar is dat wij afstammen van een groep van enkele duizenden tot hooguit honderduizend mensen (heb ik weer uit een andere wetenschappelijke bron, dat schijn je o.a. uit genetisch onderzoek te kunnen opmaken), dan hebben die mensen heel goed overlevingsstrategieën moeten kunnen bedenken en de consequenties van keuzes moeten kunnen extrapoleren. Het je kunnen voorstellen dat er gevaar dreigt kon van levensbelang zijn.
Vanuit deze theorie is het plausibel dat één van de belangrijkste oorzaken van depressies is dat het biochemisch proces dat nodig is om worst-case scenario's te simuleren ontspoort. Ik kan me er in ieder geval vanuit mijn eerste depressie heel veel bij voorstellen, herinneren en voelen. Ik was indertijd bij wiskunde heel goed in het bedenken van oplossingen waar niemand anders aan dacht, terwijl ik de meest voor de hand liggende over het hoofd zag. Ik herinner dat de docent op de mavo en havo: "Oh wacht... een vinger van Turkenburg... dan staat er òf een fout op het bord, of het kan ook op een hééééle andere manier." Ik vond dat leuk: bijzonder zijn, en cultiveerde dat vermogen. Op het VWO lukte het minder goed. Daar werd de stof voor mij pas echt moeilijk en ik kreeg een onverslaanbare opponent, Niels (een typische wiskundige/natuurlkundige-naam, vind ik ook). Die was nog er nog véél beter in. Die ging ook naar wiskunde-olympiades en zo, waar hij op zijn buurt weer mensen trof wiens reken- en ruimtelijk voorstellingsvermogen hem de pet te boven gingen. 'Daar lopen echt onwaarschijnlijk rare types rond', zei hij (en wij vonden Niels al zo'n vreemde kostganger, mager, met zijn spitse neus, zijn immer vette gittezwarte over zijn hele voorhoofd gekamde haar en dikke brillenglazen en zijn onvermoeibare grijns.)
Ik kan me dus zowel extreem negatieve als extreem positieve toekomstbeelden voor de geest halen. Het komt allemaal wel weer goed, sterker nog: het wordt alleen maar beter OF er is geen redden meer aan sterker nog: de mensheid kan niet anders dan ten onder gaan. Beiden zijn onrealistisch. Wat de werkelijke toekomst zal worden dat is natuurlijk niet te zeggen, maar er is wel een aantal ontwikkelingen gaande waar we niet om heen kunnen. Daar gaat iets uitkomen en een deel van mij is reuze-nieuwsgierig, een ander deel is bang en nog weer een ander deel sluit het liefst de ogen en vlucht in aangename dingen. Maar de tijd gaat onstuitbaar verder en de wereld blijft er niet eeuwenlang uitzien zoals in mijn straat op 27 april 2015, zelfs niet decennia, zelfs geen decennium, ben ik bang, maar van dat laatste kan ik natuurlijk niet 100% zeker zijn. Hoedanook heb ik een grote steeds terugkerende drang om na te denken over waar we naar toe gaan met zijn allen, net zoals een terugkerende drang om uit te zoeken hoe dingen nu in elkaar steken: hoe is het Christendom ontstaan, wat weten we nu over het ontstaan en de toekomst van het heelal, hoeveel bewijs is er eigenlijk voor alternatieve geneeswijzen en sowieso terugkerend: hoe zitten mijn hersenen in elkaar en hoe komt het toch dat mijn bewustzijn en dat van anderen zich gedraagt zoals het zich gedraagt?
Daarnaast en ik realiseer me dat ik een beetje aan het afdwalen ben en weer bij mijn 'favoriete' onderwerp terecht ben gekomen: mezelf, heb ik ook een drang om een eigen unieke bijdrage te leveren, iets nieuws te bedenken of te maken, iets dat er nog niet was, iets dat nog niet iemand anders bedacht had, een mogelijkheid die nog niet was onderzocht. Gelukkig heb je als mens een goede uitlaatklep wat dat betreft: kunst en zelf ben ik het handigst met muziek en ook redelijk met taal, vandaar die liedjes en de plak -en knipmuziekjes, want het aantal mogelijke combinaties en permutaties van tonen in de door ons gebruikte toonreeksen, m.a.w. melodieën raakt wel een beetje op, dus het kapotmaken, uit context rukken en op een onverwachte manier weer samenvoegen is een beetje de fase waarin we in de kunstgeschiedenis zitten, of zeg ik iets wat alweer achterhaald is?

Brugje: over het uit zijn context rukken en opnieuw samenvoegen gesproken in combinatie met het vluchten in aangename zaken: veel blote ruggen en gespreide benen ... zucht ...