donderdag 31 mei 2018

dinsdag 29 mei 2018

Chopin


Dit boek heb ik in twee dagen uitgelezen, nagenoeg aan één stuk. Wat heerlijk leesbaar geschreven, spannend ook. Het is echter weer typisch iets voor mij om steeds te verzuchten: "oh, wie was Gurwoski ook alweer?" en dan terug te bladeren en te zoeken, om pas tegen het einde van het boek te kijken of er misschien een persoonsregister achterin staat en inderdaad...

Hoewel ik Chopin al had behandeld, heeft dit boek mij nog veel meer doen ontdekken. Kijk eens wat die man allemaal geschreven heeft in zijn korte leven en dat zijn stuk voor stuk géén John Ewbank-liedjes hoor.


Gisteren heb ik een stukje voor de Rode Leeuw geschreven over mijn klassieke revival en aangezien geen van jullie op dat blad, of moet ik "Zine" zeggen, geabonneerd is staat het hieronder. Goh, da's een tijd geleden. Ben ik ook wel weer trots op, een heus artikel geschreven

Vreemde geluiden van Chopin en Brahms

Sta mij toe mijzelf eerst even voor te stellen. Ik ben een oud-leerling van onze hoofdredacteur. In de jaren 90 van de vorige eeuw studeerde ik schoolmuziek in Zwolle. Zo'n twintig jaar ben ik in het muziekonderwijs werkzaam geweest en één van mijn kinderliedjes is per ongeluk een hit geworden en door diverse DJ's in het buitenland geremixt: www.inmyspaceship.nl.
Ik heb een zwak voor vreemde geluiden en rare snuiters in de muziek. Zo schreef ik in mijn studietijd in dit blad al over Victor Borge, Spike Jones en PDQ Bach (Peter Schickele). Niet over Hans Liberg, er zijn natuurlijk grenzen.
Aanleiding voor dit stukje is mijn podcast (radioprogramma dat op internet te beluisteren en/of te downloaden is) "Vreemde Geluiden", ooit begonnen op de lokale omroep Zwolle, vaak van vorm veranderd en nu zelfstandig en onafhankelijk op het grote net. De naam is uiteraard een knipoog naar het programma Vrije Geluiden van de VPRO en ik zou zelfs durven beweren dat de geluiden in mijn programma momenteel aanzienlijk vrijer zijn dan op zondagochtend op TV: 78-toeren schijven, 'slappe' reclameplaatjes, ja zelfs grammofoonplaten van chocolade (echt waar!) surrealistische klankmontages, ongebruikelijke uitvoeringen van bekende muziek ongeacht het genre, obscure cassettebandjes met amateurmusici en nu we het daar toch over hebben: musicerende kinderen en meer. Ik haal bij de kringloopwinkel weg wat anderen laten liggen en probeer daar pareltjes in te ontdekken.
Onlangs vond ik een stapel 10 inch LP's uit wat eind jaren 50, hooguit begin jaren 60 van de vorige eeuw geweest moet zijn, getiteld "Muziekkring voor de jeugd". Hierop staan bekende Nederlanders die de levensgeschiedenissen van grote componisten vertellen en muziekvormen uitleggen. Ik besloot om de komende periode iedere aflevering één zo'n plaat als rode draad te nemen en er zelf dingen rondom heen te zoeken. Dit levert vaak meer op dan ik redelijkerwijs in één aflevering kwijt kan.
In aflevering 201 en 202 verhalen Mies Bouman en Willem Andriessen over het leven van Frederic Chopin, met natuurlijk de reeds lang achterhaalde mythe dat deze als peuter midden in de nacht uit zijn ledikantje kroop, op de pianokruk klom om een stuk dat hij zijn moeder had horen uitvoeren, perfect na te spelen. U heeft er trouwens geen idee van hoeveel bewerkingen er van de zgn. minutenwals zijn en dan heb ik de Barbara's en Jasperina's nog achterwege gelaten.
In VG202 kon ik het niet laten om er stukjes van een stereo testplaat van Mies Bouman met die andere Willem (Duys) in te verwerken. Ik hoop dat u nu ongeveer een idee heeft van wat u te wachten staat, mocht u zo'n uitzending aanklikken. In aflevering 203 en 204 schetsen Sigrid Koetse en Jan Retèl - die overigens nog getrouwd zijn geweest, wat is internet toch prachtig- een beeld van Johannes Brahms.
Tijdens mijn eigen research kwam ik er achter dat in de popmuziek, met name de meer progressief of symfonisch gerichte groepen stukken van deze componist hebben gebruikt. Zo heeft de band "Yes" ongelooflijk veel m.i. mooie en creatieve dingen op de plaat gezet, maar incidenteel sloegen ze weleens een klein plankje mis en dat was, zo moet ik er ter verdediging bij zeggen niet altijd geheel hun eigen schuld. Zo kwam er door logistieke en contractuele obstakels op de LP 'Fragile', november 1971 geen enkel stuk waaraan de band als geheel had meegewerkt. De net ingehuurde toetsenist Rick Wakeman, bekend van de groep The Strawbs, pianist van David Bowie en verantwoordelijk voor het mooie arrangement van diens "Life on Mars" -wat overigens weer voortkomt uit het Franse chanson 'Comme d'habitude, later bekend geworden als Frank Sinatra's My way, maar dat voert nu even te ver- deze klassiek geschoolde klavierspeler dus had geen tijd meer om zelf iets te schrijven en kwam met de bewerking "Cans and Brahms". Nadien omschreef Wakeman het resultaat als "dreadfull", maar ja... intussen is het genadeloos voor het nageslacht vastgelegd.
Niet alleen Rick Wakeman heeft zijn vingers gebrand aan Brahms, ook onze eigen Thijs van Leer kon er wat van. Van zijn groep Focus zag in 1974 de LP Hamburger Concerto het licht. De titel is een duidelijke verwijzing naar de Brandenburger Concerto's van Johann Sebastian Bach en ik verkeerde dan ook lange tijd in de veronderstelling dat het klassiek klinkende titelstuk ook wel van Bach geweest zal zijn, maar dat is niet zo. Het is van Brahms, die zoals bekend in Hamburg geboren en getogen is. Dat is de reden waarom van Leer het stuk zo noemde en aldus lijkt het weer een beetje te kloppen. Maar schijn bedriegt. Brahms had voor dit stuk weer leentjebuur gespeeld bij Joseph Haydn. Het komt namelijk uit de "Variationen über ein Thema von Joseph Haydn", opus 56 uit 1873. Eerder greep hij terug op thema's van Schumann, Händel en Paganini, maar de Haydn variaties zijn misschien wel het indrukwekkendst. Dan zijn we er echter nòg niet. Brahms verkeerde waarschijnlijk ten onrechte in de veronderstelling dat het hier een werk van de door hem bewonderde componist betrof. Hij kreeg van zijn vriend de Haydn biograaf Carl Ferdinand Pohl een transcriptie van een "divertimento No. 1" dat werd toegeschreven aan Haydn. Het tweede deel hiervan droeg de titel "St Antonius Koraal" en deze beweging gebruikte Brahms in zijn geheel als thema voor de variaties.
Maar er is meer. Ik zei 'toegeschreven' want dat Divertimento is vrijwel zeker niet van Haydn, maar van één van zijn leerlingen, de in Oostenrijk geboren Franse componist en pianobouwer Ignaz Pleyel, die leefde van 1757 tot 1831 en zelfs dit is nog niet alles, want het Antonius Koraal is een oud pelgrimslied een 'traditional' zo gezegd.
En zo klopt het tòch wat er bij Focus tussen haakjes achter de titel stond: trad. / arr. Thijs van Leer. Overigens citeert Brahms Joseph Haydn wèl letterlijk uit het tweede deel van symfonie n. 101, bijgenaamd de klok in zijn variaties.
Dit en een geluidsopname van meesterviolist en vriend van Brahms, Joseph Joachim zijn te horen in Vreemde Geluiden aflevering 203 (VG203)
In VG204 kunt u de enige opname van Johannes Brahms' stem en -pianospel beluisteren. Tevens behandelen we de beroemde popgitarist Carlos Santana, die zoals wel vaker gebeurt niet netjes vermeldt dat hij die ene mooi melodie van een 19e eeuwse componist heeft geleend.

De uitzendingen staan keurig op een rijtje op: www.mixcloud.com/Vreemde_Geluiden
Uitgebreidere informatie, afbeeldingen en video's zijn hier te vinden: www.vreemdegeluiden.com