zondag 27 februari 2022

van Aafke Romeijn

 Er valt niks zinnigs over te zeggen. Het heet oorlog. We dachten een jaar of vijfentwintig lang dat het in onze bubbel niet meer zou gebeuren. We waren hieraan voorbij. We waren naief: Milosevic liet nog zien dat je maar één psychopatische leider nodig hebt om de boel te laten ontploffen. En Poetin zat er al een tijdje. We hadden het kunnen weten.

Maar toch, nu het zo ver is, valt er niks zinnigs over te zeggen. We noemen het oorlog en spreken het woord uit met ongeloof rond onze lippen. Beelden van kinderen in kleren zoals de onze, maar dan bijeengepakt in een metrostation, bang voor het gerommel boven hun hoofden. Beelden van appartementen zoals de onze, de buitenmuren opengereten als een blik sardientjes. Wat moet je erover schrijven? Elk woord is even absurd als futiel als irrelevant.
De machteloosheid wanneer ik instagram open en overspoeld word met oranje-grijze stofwolken, vroeggeboren baby’s in ondergrondse couveuses gemaakt van dekens en handen van verpleegsters. Wat kunnen we doen? Wij, die de leiders verkozen die nu niet durven op te treden (maar zouden we dat zelf wel gedurfd hebben?). Die profiteren van het veilige warme binnenste van een Europese Unie met de huid van een stekelvarken (maar hebben wij die unie gebouwd, of waren dat anderen, voor ons?).
Moeten we de straat op? En wat eisen we dan? Poetin is niet onze leider, het zal hem worst wezen wat verre volkeren van hem vinden. Moeten we ons niet solidair tonen met de burgers van Oekraïne die gehaast richting de landsgrens bewegen? Het had ons ook kunnen overkomen. En moeten we niet laten zien dat we de russen niet uit het oog verliezen die deze oorlog niet gewild hebben? Die uitschreeuwen dat ze zich schamen voor hun leider en zijn woede? Mag ik nog verlangen naar het land waar ik nooit geweest ben, maar dat me als kind betoverde vanuit de wereldatlas en wiens taal ik nu al enige jaren bestudeer?
Het voelt zinloos, om hier in ons veilige nest de straat op te gaan, zonder gevaar te lopen, zonder enige consequentie. Net zo zinloos als schrijven vanuit een luie stoel die uitzicht biedt op een ongeschonden stad, geen stofwolk aan de hemel. Er valt niks zinnigs te zeggen over het contrast dat zich nu aftekent tussen hier en daar, behalve te zeggen dat we er zullen zijn voor iedereen die huis, uitzicht, kat en luie stoel heeft moeten achterlaten omdat één man besloot dat die bezittingen een gevecht waard zijn. We kunnen hier, in ons veilige midden, niet toestaan dat hun lot onderwerp wordt van politiek getouwtrek. Het enige wat we kunnen doen is de schaarse warmte die we bezitten delen, terwijl men er elders een puinhoop van maakt. Letterlijk.
Want oorlog, daar valt verder niks zinnigs over te zeggen.